Wikitopia
Image default
Onderwijs

Veelgemaakte fouten door Nederlanders in de Duitse taal

Hoewel het Duits erg sterk lijkt op het Nederlands, is het eigen maken van de taal nog een hele kluif. Er zijn genoeg fundamentele verschillen om het tóch tot een heuse uitdaging te maken. Foutjes zijn snel gemaakt. Maar, aan de hand van dit artikel zal je ongetwijfeld een aantal veelgemaakte fouten niet meer maken. 

 

De zinsopbouw 

 

Een ding waar Nederlanders die Duits leren spreken zeker aan moeten wennen is de volgorde van woorden in een bijzin. In de Duitse taal komen namelijk de werkwoorden achteraan en de vervoegde vorm staat helemaal op het eind van de zin. Denk bijvoorbeeld aan de zin: ‘je moet je best doen, als je wil winnen!’, deze laat zich vertalen als ‘man muss sein Bestesgeben, wenn man gewinnen will!’. 

 

Hoofdlettergebruik 

 

Je staat aan het begin even raar te kijken, door al die willekeurige hoofdletters midden in de zin. Althans, ze lijken voor de gemiddelde Nederlander zeer willkürlich. Toch zit er wel degelijk een logica aan. Zelfstandig naamwoorden krijgen namelijk ten alle tijden een hoofdletter. Dat is even wennen, maar als je het doorhebt is het vrij gemakkelijk. Verder gebruiken onze oosterburen ook gewoon een hoofdletter aan het begin van een zin en bij titels. 

 

Naamvallen en geslachten 

 

Dit is in de praktijk het aller moeilijkste aan de Duitse taal. Naast de woordgeslachten, die we in Nederland ook hebben, hanteren de Duitsers ook nog naamvallen. De drie geslachten – mannelijk, vrouwelijk en onzijdig – moeten ook nog worden verbogen in vier verschillende naamvallen. Nominatief, genitief, datief en accusatief. Dit klinkt ingewikkeld, maar met de juiste begeleiding is het zeker begrijpelijk. Veel mensen die Duits leren hebben dan ook baat bij een cursus Duits of zakelijk Duits om zo de taal eigen te maken. 

 

Uitspraak 

 

Elke taal kent zijn eigen uitspraak. Maar, omdat het Duits in veel opzichten op het Nederlands lijkt, ben je snel geneigd om je uitspraak hier ook op af te stemmen. Dat komt alleen vaker niet dan wel goed uit. Daarbij kijken we vooral naar de klinkers. ‘ü’, ‘ä’ en ‘ö’, worden bijvoorbeeld heel anders uitgesproken dan ‘u’, ‘a’ en ‘o’. Maar ook het verschil met de Nederlandse ‘c’ en ‘z’ behoeven je aandacht. 

https://www.babel.nl/cursusoverzicht/duits/

Gerelateerde artikelen

Spelenderwijs leren dankzij de leermiddelen voor groep 5

Rijschool Nieuwegein

Trends in het kunstonderwijs